Het college toetst of een aanvrager voor toekenning van een duurzaamheidslening in aanmerking komt aan de hand van de volgende criteria:
een beperking van de energievraag, dan wel een vermindering van CO2-uitstoot;
het verhogen van het aandeel duurzame energiebronnen als bedoeld in artikel 4, eerste lid aanhef en onder a tot en met f in de energievoorziening van de woning;
het terugdringen van het gebruik van drinkwater;
het terugdringen van het gebruik van het vuilwaterriool;
het vergroten van het oppervlak aan vegetatiedaken ;
het bevorderen van de biodiversiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder l, m en q.