Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.2

Algemene uitgangspunten van het invorderingsbeleid

Onderdeel van Leidraad invordering privaatrechtelijke vorderingen

1.. Als een openstaande factuur op verschillende wijze kan worden ingevorderd, dient te worden gekozen voor de meest effectieve en efficiënte invorderingsbehandeling, tenzij het belang van de invordering daardoor zou worden geschaad. Belangrijke indicatoren van effectiviteit en efficiency zijn eenvoud, snelheid en een lage kostprijs. 2.. Wanneer de wet, juist met het oog op een doeltreffende en (voor beide partijen) kostenbesparende invorderingsmethode, uitdrukkelijk in de mogelijkheid heeft voorzien om derden (eventueel in een vroeg stadium) bij de invordering te betrekken, verdient het de voorkeur hiervan gebruik te maken. Hierbij kan met name gedacht worden aan het doen van een vordering als bedoeld in artikel 19 Invorderingswet 1990. 3.. Hoewel de ontvanger bij het invorderen rekening kan houden met de persoonlijke omstandigheden van de debiteur, is zijn taak er in de eerste plaats op gericht om er zorg voor te dragen dat een openstaande vordering, in de regel binnen de gestelde termijnen wordt voldaan. 4.. Met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt de invordering voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats ten aanzien van de debiteur. Ter wille van de leesbaarheid is op de daarvoor geëigende plaatsen vermeden tevens de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften op de invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden te beperken. 5.. De ontvanger dient bij het invorderen van de vorderingen altijd zorgvuldig, tactvol, objectief en correct te handelen. Daarbij dienen de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur als uitgangspunt. Dit geldt in het bijzonder voor de volgende beginselen: Gelijkheidsbeginsel: soortgelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld; Motiveringsbeginsel: handelingen of besluiten dienen deugdelijk te worden gemotiveerd, zodat de debiteur of derde, kennis kan nemen van de beweegredenen en zich tegen de (voorgenomen) handelingen of besluiten kan verweren; Rechtszekerheidsbeginsel: als het vertrouwen van de debiteur in een invorderingskwestie wordt opgewekt, wordt dat vertrouwen gehonoreerd; Zorgvuldigheidsbeginsel: de wettelijke toegekende invorderingsbevoegdheden worden gebruikt overeenkomstig hun bedoeling.

Rechtspraak bij dit artikel