Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Toerekening betaling /afboeken kleine bedragen

Onderdeel van Leidraad invordering privaatrechtelijke vorderingen

Als datum van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente dan wel de ontvangstdatum in geval van een kasbetaling. De betaling, waarvan de bestemming is aangegeven, wordt afgeboekt overeenkomstig de bedoeling van de betaler. Een ongerichte betaling, waartoe geen bestemming is aangegeven, wordt afgeboekt op de oudste openstaande vordering, dan wel op de voor de debiteur meest bezwarende factuur, met dien verstande dat de aard van de betreffende factuur aanleiding kan zijn om met inachtneming van preferenties, hiervan af te wijken. Een teveelbetaling wordt aangemerkt en behandeld als een ongerichte betaling. Van een eventuele verrekening tussen privaatrechtelijke facturen onderling wordt de debiteur schriftelijk op de hoogte gesteld. In geval verrekening gewenst is tussen een privaatrechtelijke vordering met een openstaand bedrag van een publiekrechtelijke vordering, wordt de debiteur hiervoor om toestemming gevraagd. Geen reactie op het verzoek kan worden verstaan als zijnde een toestemming tot verrekening. Indien geen toestemming wordt verleend zal niet eerder tot terugstorting worden overgegaan dan wanneer geen bedrag meer als te ontvangen in de administratie is opgenomen. Indien een betaling volgt zonder dat vorderingen open staan, zal het bedrag teruggestort worden op hetzelfde bankrekeningnummer als waarvan de betaling is verricht. Kleine bedragen worden afgeboekt ten laste van de post Algemene verschillenrekening. Om als klein bedrag te kunnen worden aangemerkt mag het resterende bedrag niet groter zijn dan € 5,00. Tevens kan het betalingsverschil niet groter zijn dan € 5,00. Voorts geldt dat een hoofdsom niet kan worden aangemerkt als zijnde een klein bedrag.

Rechtspraak bij dit artikel