1. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in artikel 2 en 3 opgenomen verbod.
2. Indien de aanvraag voor ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing nodig heeft, kan de burgemeester besluiten om de aanvraag niet te behandelen.
3. De burgemeester kan in het belang van het reguleren van het gebruik van alcoholhoudende drank voorschriften aan de in het eerste lid bedoelde ontheffing verlenen.
4. De burgemeester kan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid intrekken indien:
a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. niet langer wordt voldaan aan de in het derde lid bedoelde voorschriften;
c. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
d. zich feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar zou opleveren voor de openbare orde;
e. de vergunninghouder dit verzoekt.
Artikel 4
Ontheffingsregeling verstrekkingbeperkingen
Onderdeel van Drank- en horecaverordening 2011