**a..** wet: Wet werk en bijstand;
**b..** maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten met
een sportief, educatief, sociaal dan wel cultureel karakter;
**c..** belanghebbende: de persoon van 18 jaar of ouder die een aanvraag
minimabeleid indient;
**d..** voorziening: een vorm van financiële ondersteuning of ondersteuning
in natura, gericht op maatschappelijke participatie;
**e..** ouder(s)/verzorger(s): belanghebbende(n) die aanspraak kunnen maken
op kinderbijslag voor een eigen of aangehuwd of pleegkind jonger dan
18 jaar;
**f..** kind: ten laste komend kind van een ouder met een laag inkomen;
**g..** gezin: een gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub c van de
wet;
**h..** Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
**i..** schooljaar: een schooljaar loopt van augustus tot en met juli van
het daaropvolgende jaar;
**j..** toetsingsinkomen: het verzamelinkomen dat belanghebbende en
eventuele gezinsleden hebben ontvangen in de maand waarin de te
declareren kosten zijn gemaakt;
**k..** laag inkomen: een inkomen tot 110% van de van toepassing zijnde
bijstandsnorm;
**l..** bijstandsnorm de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
wet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke participatie Wet werk en bijstand Bloemendaal 2012