Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand

De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet bedraagt: a. 20% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; b. 20% van de gezinsnorm voor de verzorgingsbehoevende die zijn hoofdverblijf heeft in de woning van een ander; De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet bedraagt: 10% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning een of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 3.Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering; meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel