Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening categoriale verlening van bijzondere bijstand

1.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2.. Deze verordening verstaat onder: Rechthebbenden: personen van 18 jaar en ouder, niet zijnde een student, die: staan ingeschreven in het persoonsregister van de gemeente Lochem; een zelfstandige woonruimte bewonen; voorafgaande aan de datum van een aanvraag een gezinsinkomen / uitkering hebben tot 110% van de bijstandsnorm, zoals vastgelegd in de Wet werk en bijstand en de verordening toeslagen en een vermogen dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de Wet werk en bijstand. Zelfstandige woonruimte: woonruimte welke geschikt is voor permanente huisvesting. Voorts moeten elementaire voorzieningen als douche, toilet en keuken zich binnen de eigenlijke woonruimte bevinden en moet de woning een eigen toegang hebben. Inkomen: het netto inkomen, derhalve het bruto-inkomen na aftrek van de verschuldigde loonheffing en premies ingevolge sociale zekerheidswetten, met inachtneming van bepalingen in artikelen 31 t/m 33 van de Wet werk en bijstand. Student: studerende van 18 jaar en ouder die recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF) en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos).

Rechtspraak bij dit artikel