Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Tijdelijke regels Wet Investeren in Jongeren

Verlagen van de inkomensvoorziening De regels met betrekking tot verlagen van de inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de wet, luiden als volgt: Voor de toepassing van artikel 41, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 26, 32, 33, 34, 36 en 37 van de Verordening Wet Werk en Bijstand van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, lid 1- 2 en 4, van de wet, zijn de artikelen 38, 39, 40 en 41 van de Verordening Wet Werk en Bijstand van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van schending van de overige verplichtingen, bedoeld in artikel 45, van de wet, zijn de artikelen 32, 33, 34, 35, 36, 37, 41 en 42 van de Verordening Wet Werk en Bijstand van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van zeer ernstige misdragingen als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 26, 27, 28, 29, 30, 31 en 43 van de Verordening Wet Werk en Bijstand van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel