1. De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt.
2. De belasting geheven bij wege van aanslag moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
3. De belasting geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, nota of rekening moeten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van de in artikel 9, tweede lid, bedoelde schriftelijke kennisgeving, nota of rekening.
Artikel 10
Tijdstip en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2012