Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en recreatieve doeleinden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd, dan wel te huur aangeboden;
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat is bestemd voor het gedurende een seizoen, een voorseizoen, een naseizoen, een gebroken seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeer onderkomen of stacaravan en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door één of meer leden van hetzelfde huishouden;
jaarplaats: een vaste standplaats bestemd voor het verblijf gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december;
seizoensplaats: een vaste standplaats bestemd voor het verblijf gedurende de periode van 1 april tot en met 31 oktober;
voorseizoensplaats: een vaste standplaats bestemd voor het verblijf gedurende de periode van 1 april tot en met 30 juni;
naseizoensplaats: een vaste standplaats bestemd voor het verblijf gedurende de periode van 1 september tot en met 31 oktober;
gebroken seizoensplaats: een vaste standplaats bestemd voor het verblijf gedurende de periode van 1 april tot en met 30 juni en van 1september tot en met 31 oktober.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2012