**1..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan zes maanden vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
de gedraging schending van de inlichtingenplicht betreft, waardoor ten onrechte uitkering is verstrekt en daarvan, aangifte van fraude is gedaan, waarna het Openbaar Ministerie al een strafrechtelijke sanctie heeft toegepast.
**2..** Het college kan afzien van het verlagen van de uitkering en volstaan met een schriftelijke waarschuwing, als de verwijtbare gedraging bedoeld in artikel 2 niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering én de gedraging niet plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
**3..** Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel of van de tenuitvoerlegging van een al opgelegde maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. In dat geval wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. Omstandigheden die het rechtstreekse gevolg zijn van een als verwijtbaar aan te merken gedraging zijn geen dringende redenen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 6
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Oss 2011