De gedragingen bedoeld in artikel 18 tweede lid WWB, artikel 20 IOAW of artikel 20 IOAZ worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingspicht bedoeld in artikel 17 WWB, artikel 13 IOAW of IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van uitkering;
uitsluitend voor de toepassing van de WWB, het niet of onvoldoende nakomen van een verplichting als bedoeld in hoofdstuk 6, paragraaf 3, van de WWB.
Tweede categorie:
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 17 WWB of artikel 13 van de IOAW of de IOAZ, als dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van uitkering;
Derde categorie:
uitsluitend voor de toepassing van de WWB, het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid WWB, voorzover het niet betreft het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;
het niet of in onvoldoende mate nakomen van de in het kader van een inburgeringstraject op grond van de Wet inburgering (Wi) opgelegde verplichting terwijl men niet is vrijgesteld van de arbeidsverplichting;
het niet als werkzoekende geregistreerd zijn of blijven bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) indien daardoor de mogelijkheid tot arbeidsinschakeling wordt beperkt.
Vierde categorie:
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden reïntegratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het reïntegratietraject.
5.Vijfde categorie:
uitsluitend voor de toepassing van de WWB, het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, lid 2 WWB, voorzover het betreft het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid en tevens, echter uitsluitend voor de toepassing van de IOAW of IOAZ, indien het betreft een verwijtbare beëindiging van de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 20, eerste lid onder a en b IOAW en artikel 20, tweede lid onder a en b IOAZ;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden reïntegratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie, als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het reïntegratietraject;
het zich zeer ernstig misdragen jegens het college en de in zijn opdracht werkende ambtenaren en medewerkers onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB, IOAW of IOAZ.
HOOFDSTUK 2
Artikel 9
Gedragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Oss 2011