De regeling voor de samenloop van gedragingen heeft betrekking op verschillende gedragingen van een uitkeringsgerechtigde die (min of meer) gelijktijdig plaatsvinden.
Indien sprake is van schending van meerdere verplichtingen door één gedraging, dan dient voor het toepassen van de maatregel te worden uitgegaan van de optelsom van de percentages uit de betreffende categorieën waaronder de verplichtingen vallen.
Met betrekking tot mogelijke recidive moet worden opgemerkt dat bij een samenloop van gedragingen iedere voor de bepaling van de hoogte van de maatregel als verwijtbaar aangemerkte gedraging als aparte gedraging c.q. schending van een verplichting wordt aangemerkt. Indien een cliënt zich binnen twaalf maanden na de vorige in de cumulatie meegewogen verwijtbare gedraging (schending van de betreffende verplichting) schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging in een van de categorieën waarvoor op grond van artikel 8 een gecombineerde maatregel werd opgelegd wordt het percentage van de maatregel dan wel de duur van de maatregel verdubbeld.
Voor de bepaling van recidive na een eerder gecumuleerde maatregel is dus niet alleen de verwijtbare gedraging van de hoogste categorie waarvoor destijds een samenloopmaatregel werd opgelegd, maar alle gedragingen afzonderlijk.
Hoofdstuk
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Oss 2011