Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Geldigheid

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

1.Binnen 12 maanden na de beslissing van het college moeten de werkzaamheden zijn voltooid, tenzij anders is bepaald bij deze beslissing dan wel tenzij sprake is van aantoonbare overmacht. Indien de (graaf)werkzaamheden niet binnen de vastgestelde data en termijnen zijn uitgevoerd, vervalt de vergunning of het instemmingsbesluit. Een situatie van overmacht moet tijdig worden meegedeeld, met in acht name van de maximale geldigheidsduur en ter beoordeling van het college. 2.De termijn van 12 maanden, genoemd in het vorige lid, kan door het college met maximaal 6 maanden worden verlengd, na een schriftelijk met redenen omkleed verzoek. 3.Het instemmingsbesluit of de vergunning vervalt indien de netbeheerder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van het instemmingsbesluit of de vergunning. Het college kan een instemmingsbesluit of vergunning wijzigen of geheel of gedeeltelijk intrekken, indien: de beschikking op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend; de netbeheerder, dan wel de door deze ingeschakelde derde partij, het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning of instemmingsbesluit niet naleeft.

Rechtspraak bij dit artikel