**1..** Om het resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden zoals genoemd in artikel 2.1 lid 1 sub a te bereiken moet het College de ondersteuningsvrager die beperkingen ondervindt in zijn maatschappelijke participatie in staat stellen om:
zijn huis schoon en leefbaar te houden. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), hal, keuken, toilet en badkamer;
zijn woning normaal te kunnen gebruiken en bereiken, Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken, toilet en badkamer, balkon en indien noodzakelijk eventueel de aanwezige berging;
thuis te beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften, alsmede het beschikken over schone en draagbare kleding. Dit geldt ten aanzien van het doen van boodschappen voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, toiletartikelen en het bereiden en aanreiken van maaltijden, alsmede ten aanzien van het wassen, drogen, strijken en opruimen van de was;
het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren. Dit geldt ten aanzien van het, zo mogelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen, vervangen van de zorg van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt.
**2..** Om het resultaat zoals genoemd in artikel 2.1 lid 1 sub a en artikel 2.2 lid 1 te kunnen bereiken kan het College de volgende voorzieningen verstrekken:
huishoudelijke verzorging;
woonvoorzieningen;
alternatieve voorzieningen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Het voeren van een huishouden
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning