Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Het recht op een woonvoorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

1.. Een ondersteuningsvrager kan voor een woonvoorziening als bij artikel 4.1, tweede lid, onder a genoemd in aanmerking worden gebracht ter compensatie van aantoonbare beperkingen of problemen, als gevolg van ziekte of gebrek, die het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen en het normale gebruik en/of de bereikbaarheid van de woning belemmeren. 2.. Een ondersteuningsvrager kan voor een woonvoorziening als bij artikel 4.1, tweede lid, onder b en c genoemd, in aanmerking worden gebracht als de in het artikel 4.1 tweede lid onder a genoemde voorziening niet te realiseren is of als de kosten van de woonvoorziening als genoemd in artikel 4.1 tweede lid sub b en c lager zijn dan het bedrag zoals genoemd in het Besluit. 3.. Het College verleent, voor een bedrag hoger dan het bedrag als genoemd in het Besluit slechts een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, onder b en c als in de financiering van het niet voor persoonsgebonden budget in aanmerking komende deel door de ondersteuningsvrager wordt voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel