**1..** Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoerskosten als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, sub c onder 2 en 3 wordt rekening gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsvrager.
**2..** Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, sub c onder 2 en 3 toegekend.
**3..** Het College kan nadere regels stellen in het Besluit met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid.
**4..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich op grond van individuele omstandigheden een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de ondersteuningsvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek noodzakelijk is voor de ondersteuningsvrager om dreigende vereenzaming te voorkomen.
**5..** Er wordt geen persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening als bedoeld onder artikel 6.1 tweede lid, sub c lid 2 en 3 verstrekt als het bruto-inkomen van de ondersteuningsvrager hoger is dan 1,5 maal het brutonorminkomen op bijstandsniveau.
**6..** Om in aanmerking te komen voor vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 6.1 lid 2 sub b, sub c, en sub d is de ondersteuningsvrager een eigen bijdrage verschuldigd, zoals genoemd in het Besluit.
**7..** Met betrekking tot het collectief systeem, artikel 6.1 lid 2 sub a van deze verordening, is bepaald dat de ondersteuningsvrager een betaling verschuldigd is voor het vervoer met de deeltaxi, waarbij het tarief gebaseerd is op het reizigerstarief van het openbaar vervoer.
**8..** Het College kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het collectief systeem zoals genoemd in artikel 6.1 lid 2 sub a.