Uitsluitend een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5
WWB,met een in
aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste 110 procent van de op hem
van toepassing
zijnde bijstandsnorm en die niet over een vermogen beschiktdat hoger is
dan de geldende
vermogensgrens, komt in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand
op grond
van deze regeling. Het vermogen in de eigen woning wordt buiten
beschouwing gelaten.
Bij het vaststellen van het vermogen wordt van het saldo op de lopende
rekening een bedrag
vrijgelaten in verband met lopende uitgaven ter hoogte van:
Gezin € 1.850,00
Alleenstaande ouder € 1.650,00
Alleenstaande € 1.300,00
Indien de aanvrager gehuwd is met een partner, welke partner ten tijde
van indiening van de aanvraag in een inrichting verblijft als bedoeld in
artikel 1, onderdeel f van de WWB, is voor de aanvrager de hoogte van
bijzondere bijstandtegemoetkoming gelijk aan die voor hem/haar als
alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
HOOFDSTUK II
Artikel 4
Voorwaarden
Onderdeel van Verordening categoriale bijzondere bijstand 65+ maatschappelijke participatie