1.De bestuurlijke boete voor overtreding, bedoelt in artikel 9, eerste lid, bedraagt
35% van de netto bijstandnorm per maand indien de inburgeringsplichtige zich binnen 12
maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
aan dezelfde overtreding.
2.De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoelt in artikel 9, tweede lid, bedraagt 40% van
de netto bijstandnorm per maand indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf
maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
dezelfde overtreding.
3.Bij de vaststelling van het boetebedrag geldt de netto bijstandsnorm per maand die voor
betrokkene geldt of zou gelden als deze belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn.
4.Het college kan, in afwijking van lid 1 tot en met 4 van dit artikel, het percentage van de
boete hoger of lager vaststellen, tot een maximum van de in artikel 34 van de wet
gestelde maximumbedragen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate
van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de inburgeringsplichtige.
5.Indien de inburgeringsplichtige belanghebbende is in de zin van de WWB wordt, in
achtnemend van artikel 37 van de wet, geen bestuurlijke boete opgelegd, maar een
maatregel in het kader van de WWB.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 10
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering gemeente Oisterwijk 2011