1.Het college biedt aan inburgeringsplichtigen zoals benoemd in artikel 19, eerste lid van de
Wet inburgering een voorziening aan.
2.Bij het vaststellen door het college van de groep inburgeringsplichtigen waaraan een
inburgeringsvoorziening wordt aangeboden, wordt voorrang gegeven aan
inburgeringsplichtigen met een algemene bijstandsuitkering of een uitkering op grond van
de sociale zekerheidswetten of sociale zekerheidsregelingen zoals aangewezen bij
algemene maatregel van bestuur.
3.De inburgeringsplichtige die door een partner uit het buitenland is gehaald en die een
verblijfsdocument krijgt op grond van het inkomen van de partner die garant staat, krijgt
geen voorziening aangeboden.
4.Het college kan op schriftelijke aanvraag ontheffing verlenen aan inburgerings-
plichtigen die naar hun eigen mening voldoende zijn ingeburgerd, maar geen
vrijstellend document kunnen overleggen en uit principiële gronden niet bereid
zijn tot het afleggen van een toets. Ontheffing wordt alleen verleend als naar
het oordeel van het college de inburgeringsplichtige aantoonbaar voldoende is
ingeburgerd.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3
De doelgroep
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering gemeente Oisterwijk 2011