De burgemeester kan de vergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is
ontstaan als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e;
indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden
voorschriften en beperkingen;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode
van langer dan zes maanden wordt onderbroken;