1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
plaatsen of te laten staan:
a. op een parkeerapparatuurplaats;
b. op een belanghebbendenplaats.
2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten
staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of
verhinderd.
3. Lid 1 is niet van toepassing indien er sprake is van het plaatsen
van voorwerpen die verband houden met bouw- en verbouw, mits het verzoek
om het plaatsen van de voorwerpen in samenhang met de behandeling van de
bouwaanvraag is geschied.
4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
Afdeling III
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van parkeervergunningen 2012