Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag

In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders wet: de Wet werk en bijstand WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten WSF 2000: Wet Studiefinanciering bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet gezinsnorm: de norm brdoeld in artikel 21 eerste lid van de wet geldende bijstandsnorm voor: een alleenstaande: de norm ingevolge artikel 21 of 23, onderdeel a van de wet, verhoogd met de toeslag ingevolge artikel 25, tweede lid van de wet; een alleenstaande ouder: de norm ingevolge artikel 21 of 23, onderdeel b van de wet, verhoogd met de toeslag ingevolge artikel 25, tweede lid van de wet; gehuwden: de norm ingevolge artikel 21 of 23, onderdeel c van de wet. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen “de referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien. referteperiode: De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode van 36 maanden voorafgaande aan de peildatum peildatum: de peildatum is de datum waarop aan de voorwaarden voor toekenning van de langdurigheidstoeslag is voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel