In deze verordening wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder c.;
weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
openbaar water: alle wateren die al of niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk of bevaarbaar zijn;
bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluit van 26 februari 2008;
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
voertuigen: alle rij- en voertuigen, met uitzondering van:
treinen en (snel)trams;
kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen;
vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt, dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;
woonschip: een vaartuig dat aan romp en opbouw herkenbaar is als schip en dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor of is bestemd tot woon- en nachtverblijf;
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
straathandel: 1. het op of aan de weg, op openbare grond of aan de huizen te koop aanbieden, te koop vragen of verkopen van voorwerpen, stoffen of waren, hetzij vanuit een vast verkooppunt, hetzij door middel van venten;
onder straathandel wordt niet begrepen:
het aan de huizen te koop aanbieden of verkopen door degene, die dat doet in de uitoefening van zijn in deze gemeente gevestigde winkel of op bestelling of geregeld volgens afspraak levert;
het te koop aanbieden vanuit een krachtens de marktverordening aangewezen standplaats;
het aan winkeliers te koop aanbieden of verkopen door handelsreizigers;
verblijfsontzegging: een verbod om zich gedurende een bepaalde periode in een aangewezen gebied te bevinden;
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:1