Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:11

Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010, waarin opgenomen de raadsbesluiten van 3 en 29 juni en 9 december 2010 en 2 februari 2012

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat, alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 4.. Het verbod geldt voorts niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening 2008. 5.. De vergunning als bedoeld in het eerste lid is, in afwijking van artikel 1:5, zaaksgebonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel