**1..** De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar hij aan personen een verblijfsontzegging kan opleggen.
**2..** De burgemeester gaat alleen over tot aanwijzing van een gebied als bedoeld in het eerste lid, indien naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde.
**3..** De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door:
handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2:29, 2:45, artikel 3:17, eerste, tweede of negende lid van deze verordening;
het bezit, de handel of het gebruik van in de Opiumwet verboden middelen;
het bezit van wapens, messen en andere voorwerpen die als steek- of slagwapen kunnen worden gebruikt;
diefstal, inbraak, heling, vernieling of andere vermogensdelicten of
geweldpleging of bedreiging.
**4..** De burgemeester bepaalt in de verblijfsontzegging de termijn waarvoor deze geldt.
**5..** De burgemeester kan indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven de verblijfsontzegging naar tijd en plaats beperken.
**6..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde verblijfsontzegging.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:3