Naar hoofdinhoud
Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken gebruik te maken van de diensten van een prostituee. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op door het college aangewezen openbare plaatsen gedurende door het college vastgestelde tijden, mits degene die tot prostitutie beweegt, uitnodigt of daartoe aanlokt, beschikt over een vergunning van het daartoe bevoegd bestuursorgaan. De aanvraag om vergunning als bedoeld in het tweede lid, dient: te geschieden door middel van een door het bevoegd bestuursorgaan vastgesteld formulier en dient in ieder geval de gegevens van de aanvrager te bevatten en dient door de aanvrager in persoon te worden gedaan ten overstaan van een daartoe door het bevoegd bestuursorgaan gemandateerd ambtenaar. Vergunningen hebben een door het bevoegd bestuursorgaan vast te stellen beperkte geldigheidsduur. De vergunning vervalt indien de vergunninghouder daar gedurende een door het bevoegd bestuursorgaan te bepalen periode geen gebruik van heeft gemaakt. De vergunning wordt geweigerd indien: er aanwijzingen zijn dat de aanvrager werkzaam zal zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; de aanvrager de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft of het bevoegd bestuursorgaan een maximum aantal te verlenen vergunningen heeft vastgesteld en dit maximum is bereikt. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat of in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee. Met het oog op de in het zesde lid, onder b genoemde belangen, kan het bevoegd bestuursorgaan over de uitoefening van de bevoegdheden in dit artikel nadere regels vaststellen. Het bevoegd bestuursorgaan kan de vergunning als bedoeld in het tweede lid voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken, indien de vergunninghouder: het bepaalde bij of krachtens dit artikel overtreedt; het bepaalde bij of krachtens artikel 1:6, onder a, b, c of e overtreedt, of in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Door toezichthouders belast met de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit artikel en politieambtenaren kan het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen: met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, of aan personen die zich bevinden op de wegen, plaatsen en tijden bedoeld in het tweede lid, met het oog op de in het zesde lid, onder b genoemde belangen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Artikel 3:12 is van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 4.1 Overige Geluidhinder

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel