1.Het in artikel 5:31 eerste lid, gestelde verbod geldt niet voor eendaagse straat- en buurtfeesten indien:
het aantal aanwezigen niet meer is dan 50 personen en niet plaatsvindt op een doorgaande weg;
het evenement op een werkdag of een zaterdag plaatsvindt tussen 09.00 uur en 23.00 uur of op een zon- of officieel erkende feestdag tussen 13.00 uur en 23.00 uur;
het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige geluidsbron beperkt is;
gedurende het evenement geen verkoop van eten, drinken of goederen plaatsvindt;
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m² per object;
afzethekken voorzien van een C1-bord en de onder e genoemde objecten dienen zodanig te worden geplaatst dat in geval van calamiteiten de hulpdiensten een vrije doorgang hebben van minimaal 3,5 meter breed en 4,2 meter hoog;
er geen ander evenement in de nabijheid plaatsvindt;
er een voor de gemeente aanspreekbare organisator is;
de organisator bij de burgemeester ten minste twee weken voorafgaand aan het evenement melding maakt van het evenement op een door de burgemeester vastgesteld formulier;
binnen 10 dagen na ontvangst van het formulier door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden, en
de organisator ten tijde van het feest een ontvangstbevestiging, van het feit dat hij een kennisgeving heeft gedaan, kan tonen.
2.Indien het vermoeden bestaat dat op een evenement één van de weigeringsgronden van artikel 1:8 of artikel 5:37, tweede lid van toepassing is, kan de burgemeester, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat het in artikel 5:31, eerste lid, gestelde verbod, onverkort geldt. De burgemeester zendt dit tegenbericht, als bedoeld in onderdeel j. van het eerste lid, binnen tien dagen na ontvangst van het formulier.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:32