Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Indeling in categorieën gedragingen WWB en IOAW/IOAZ

Onderdeel van Afstemmingsverordening 2012

De gedragingen bedoeld in artikel 18, tweede lid WWB worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het niet, niet tijdig of onvoldoende nakomen van inlichtingen- en medewerkingplicht als bedoeld in de wet en artikel 30 c, tweede en derde lid Suwi en dit niet heeft geleid tot het te veel of ten onrechte verstrekken van uitkering; het niet of onvoldoende nakomen van een verplichting als bedoeld in de wet; het zich niet of niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersvoorzieningen (UWV) of het niet of niet tijdig laten verlengen van de registratie. Tweede categorie: het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingplicht als bedoeld in de wet en artikel 30 c, tweede en derde lid Suwi en dit heeft geleid tot het te veel of ten onrechte verstrekken van een uitkering; het niet naar vermogen trachten de mogelijkheden binnen ’s Rijks kas bekostigde onderwijs te onderzoeken. Hieronder valt in ieder geval het verstrekken van documenten conform artikel 41, vijfde lid van de wet. Derde categorie: het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen; het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot het gebruik maken van geboden voorzieningen als bedoeld in de wet, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling dan wel het niet of niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling van arbeid, op een bepaalde tijd en bepaalde plaats ergens te verschijnen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de geboden voorziening. het niet of onvoldoende meewerken aan de door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten zoals genoemd in de wet. 4.Vierde categorie: het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in dienstbetrekking; het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden voorzieningen als bedoeld in de wet, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de geboden voorziening; het zich zeer ernstig misdragen tegenover een medewerker belast met de uitvoering van de wet

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel