Naar hoofdinhoud
1 Grondslagen voor de berekening van de rechten zijn: HAVENGELD: a het laadvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in tonnen; b de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters, zoals deze blijken uit de meetbrief, danwel ambtshalve worden vastgesteld; c de lengte van het vaartuig; d de waterverplaatsing van het vaartuig, uitgedrukt in kubieke meters. KADEGELD: het aantal tonnen bruto gewicht aan geloste of geladen goederen. LIGGELD: het aantal vierkante meters in gebruik genomen kadegedeelte. ZATEGELD: a de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters, zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve worden vastgesteld; b de aanwezigheid van een door de gemeente getroffen electriciteitsvoorziening bij de zate. OVERSCHEEPGELD: a het gewicht van de goederen, uitgedrukt in kilogrammen; b de inhoud van de goederen, uitgedrukt in liters, zoals deze ambtshalve worden vastgesteld. VERWIJDERINGSRECHT AFVAL: de hoeveelheid aangeboden afval, uitgedrukt in kubieke meters, zoals deze ambtshalve wordt vastgesteld. RESERVERINGSRECHT: een gedane schriftelijke of mondelinge reservering voor een tijdelijke ligplaats minimaal drie maanden voor het daadwerkelijke bezoek. 2 In de tabel is per soort vaartuig of groep van vaartuigen aangegeven welke maatstaf van heffing van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel