1 Grondslagen voor de berekening van de rechten zijn:
HAVENGELD:
a het laadvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in tonnen;
b de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters, zoals deze blijken uit de meetbrief, danwel ambtshalve worden vastgesteld;
c de lengte van het vaartuig;
d de waterverplaatsing van het vaartuig, uitgedrukt in kubieke meters.
KADEGELD:
het aantal tonnen bruto gewicht aan geloste of geladen goederen.
LIGGELD:
het aantal vierkante meters in gebruik genomen kadegedeelte.
ZATEGELD:
a de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters, zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve worden vastgesteld;
b de aanwezigheid van een door de gemeente getroffen electriciteitsvoorziening bij de zate.
OVERSCHEEPGELD:
a het gewicht van de goederen, uitgedrukt in kilogrammen;
b de inhoud van de goederen, uitgedrukt in liters,
zoals deze ambtshalve worden vastgesteld.
VERWIJDERINGSRECHT AFVAL:
de hoeveelheid aangeboden afval, uitgedrukt in kubieke meters, zoals deze ambtshalve wordt vastgesteld.
RESERVERINGSRECHT:
een gedane schriftelijke of mondelinge reservering voor een tijdelijke ligplaats minimaal drie maanden voor het daadwerkelijke bezoek.
2 In de tabel is per soort vaartuig of groep van vaartuigen aangegeven welke maatstaf van heffing van toepassing is.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten Schouwen-Duiveland 2012