**1.** Het college kan een uitkeringsgerechtigde op diens schriftelijk verzoek tijdelijk geheel of gedeeltelijk ontheffen van de verplichting om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en deze te aanvaarden. Voor deze vrijstelling komt in aanmerking:
de persoon ouder dan 57,5 jaar zonder arbeidsperspectief;
de alleenstaande ouder met kinderen jonger dan 5 jaar, conform het bepaalde in artikel 9a van de wet;
de alleenstaande ouder met kinderen van 5 tot 12 jaar voor maximaal 20 uur per week, gedurende de schoolperiode van de kinderen. Bij deze gedeeltelijke vrijstelling wordt rekening gehouden met de belastbaarheid van betrokkene;
de persoon die een woning bewoont alleen met een verzorgingsbehoeftige die anders is aangewezen op opname, voor zover de zorg de arbeidsinschakeling nog niet toelaat;
de persoon met medische beperkingen, voor zover deze beperkingen de arbeidsinschakeling nog niet toelaten.
**2.** Ontheffing van de arbeidsplicht wordt beoordeeld en zo nodig herbeoordeeld naar de individuele situatie van de aanvrager.
**3.** Ontheffing van de arbeidsplicht blijft slechts van kracht zolang de ontheffingsgronden voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijn.
**4.** Degene die is ontheven van de arbeidsplicht zoals bedoeld in dit artikel, kan het college desondanks vragen in aanmerking te komen voor re-integratieondersteuning, onder toepassing van de bepalingen van de verordening en van dit besluit.
**5.** De persoon bedoeld in het eerste lid onder a kan blijvend worden vrijgesteld van de arbeidsplicht, als aannemelijk is dat gehele of gedeeltelijke arbeidsinschakeling voor deze persoon niet meer tot de reële mogelijkheden behoort.