Naar hoofdinhoud

§ 7

Artikel 23

Inkomstenvrijlating

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit re-integratie 2012

1. Het college oordeelt in beginsel dat werk in deeltijd, dat de uiterkingsgerechtigde tijdens de uitkering heeft of aanvaardt, bijdraagt aan de verdere arbeidsinschakeling van betrokkene, waardoor deze persoon, indien hij niet jonger is dan 27 jaar, in aanmerking komt voor de wettelijke inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onder n van de wet. 2. Het college oordeelt in beginsel dat werk in deeltijd, dat de uitkeringsgerechtigde alleenstaande ouder van 27 jaar of ouder, die de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind jonger dan 12 jaar, heeft en behoudt, bijdraagt aan de verdere arbeidsinschakeling van betrokkene, waardoor deze persoon aansluitend op de wettelijke inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onder n van de wet, in aanmerking komt voor de wettelijke inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onder r van de wet. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 komt in elk geval de uitkeringsgerechtigde die reeds werk in deeltijd had terwijl hij jonger dan 27 jaar was en deze of vergelijkbare werkzaamheden voortzet vanaf het moment dat hij 27 jaar wordt, niet in aanmerking voor inkomstenvrijlating. In andere gevallen kan het college om geïndividualiseerde redenen van oordeel zijn dat de arbeid in deeltijd niet bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. 4. Geen recht op inkomstenvrijlating heeft diegene wiens uitkering met terugwerkende kracht is ingetrokken, of degene die de inlichtingenplicht, zoals bedoeld in artikel 17 Wwb, heeft geschonden. 5. Het recht op de inkomstenvrijlating kan alleen opnieuw ontstaan wanneer de uitkering door uitstroom naar arbeid minimaal gedurende 1 jaar is onderbroken. 6. Geen recht op inkomstenvrijlating heeft de persoon die werkt in een doorstroombaan zoals bedoeld in artikel 16 van dit besluit. 7. Het college kan voor de uitkeringsgerechtigde die bij een andere gemeente de wettelijke termijn van inkomstenvrijlating nog niet volledig heeft benut, naar de gemeente Ede verhuist en aanspraak maakt op een uitkering, bij toekenning van de uitkering de resterende duur van de wettelijke termijn van inkomstenvrijlating toepassen. 8. De uitkeringsgerechtigde die in aanmerking komt voor de wettelijke inkomstenvrijlating, komt niet tegelijk in aanmerking voor een premie zoals bedoeld in artikel 20 van de verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel