Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1a, bedraagt voor een recreatie-object per perceel per belastingjaar € 119,78
Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1a bedraagt voor woningen per perceel per belastingjaar
€ 239,56;
Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1a bedraagt voor niet-woningen per perceel per belastingjaar:
**a..** indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 500.000,--: € 239,56;
**b..** indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 500.000,--: € 239,56, verhoogd met 0,0099% van de waarde in het economische verkeer;
Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1b bedraagt voor woningen per perceel per belastingjaar
€ 59,89;
Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1b bedraagt voor niet-woningen per perceel per belastingjaar:
**a..** indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 500.000,--: € 59,89;
**b..** indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 500.000,--: € 59,89, verhoogd met 0,0099% van de waarde in het economische verkeer.
**5..** Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet opgelegd.
6.Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.