Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 9

Computer en internetverbinding

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2009

1.. Aan een lid van de raad kan éénmaal per raadsperiode de voor de uitoefening van het Raadslidmaatschap benodigde computerapparatuur en –programmatuur in bruikleen ter beschikking wordt gesteld. 2.. De betreffende apparatuur en programmatuur worden aan het lid van de raad ter beschikking gesteld nadat deze de daarvoor opgestelde bruikleenovereenkomst heeft ondertekend. 3.. Bij beëindiging van het raadslidmaatschap dient de betreffende apparatuur en programmatuur ingeleverd te worden. 4.. Indien een lid van de raad geen gebruik maakt van de in lid 1 genoemde mogelijkheid, wordt hem een tegemoetkoming verleend voor: de aanschaf van computerapparatuur en –programmatuur, of, gebruik van eigen computerapparatuur en –programmatuur. 5.. De in het vorige lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt maximaal € 750,-- netto voor een volle raadsperiode van 48 maanden en wordt in maandelijkse termijnen uitbetaald. 6.. Op aanvraag vergoedt het college het raadslid een percentage van 25% van de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of derde lid genoemde computerapparatuur. 7.. Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 8.. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

Rechtspraak bij dit artikel