De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar [1]:
€ 367,00 voor een alleenstaande;
€ 469,00 voor een alleenstaande ouder;
€ 523,00 voor een gezin.
In afwijking van onderdeel c: € 676,00 voor een gezin met drie rechthebbende gezinsleden;
In afwijking van onderdeel c: € 830,00 voor een gezin met vier rechthebbende gezinsleden;
In afwijking van onderdeel c: € 983,00 voor een gezin met meer dan vier rechthebbende gezinsleden.
In afwijking tot het eerste lid wordt de langdurigheidstoeslag voor de belanghebbende(n) als bedoeld in artikel 2, tweede lid, verminderd met het verschil op jaarbasis tussen het inkomen op de peildatum en 110% van de bijstandsnorm;
Indien sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden en:
nog slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden;
twee of meer gezinsleden overblijven die als gezin recht hebben op langdurigheidstoeslag, wordt voor de toepassing van het eerste lid uitsluitend rekening gehouden met deze rechthebbende gezinsleden.
Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden op hele euro’s naar boven afgerond.
Hoofdstuk
Artikel 3
Hoogte langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Uithoorn 2012