De subsidieverordening benoemt vijf soorten subsidies. We hebben gekozen voor de soorten budget-, prestatie- en waarderingssubsidie, éénmalige subsidie en investeringssubsidie. Het verschil in behoefte en mogelijkheden van sturing door de gemeente bepaalt het onderscheid tussen de subsidiesoorten waarderings-, prestatie- en budgetsubsidie.
Daarnaast hanteren we intern richtbedragen van minder dan € 1.500,-- voor waarderingssubsidies, tussen € 1.500,-- en € 25.000,-- voor prestatiesubsidies en meer dan € 25.000,-- voor budgetsubsidies. Het inhoudelijke onderscheid van sturingsmogelijkheden en -behoefte is echter doorslaggevend. Dat houdt in, dat het mogelijk blijft om een budgetsubsidie voor minder dan € 25.000,-- te verlenen en een prestatiesubsidie voor meer dan € 25.000,--, mits:
een besluit daartoe goed onderbouwd is;
en de subsidiëring bovenal past binnen de gekozen beleidsdoelen.
We hebben gekozen voor de eerder genoemde subsidievormen, omdat:
de drie soorten voldoende onderscheid geven in niveau van sturingsbehoefte en
mogelijkheden;
de subsidievorm “prestatiesubsidie” benadrukt, dat de subsidiegever beoogt dat de aanvrager met de subsidie bepaalde activiteiten onderneemt. De oude term exploitatiesubsidie suggereerde (onterecht) dat de gemeente altijd tekorten in de exploitatie van gesubsidieerde instellingen dekt;
de termen budget- en waarderingssubsidie zijn landelijk gebruikelijk.
Budgetsubsidie: bij budgetsubsidie gaat het veelal om basisvoorzieningen, geleverd door professionele instellingen. De gemeente wil en kan sturen op “output”. De subsidierelatie wordt bepaald door te leveren productie. De aanvrager werkt aan de hand van een productbegroting en een productrekening.
Eenmalige subsidies: is een term die ook al in de eerdere subsidieverordening werd gehanteerd. Het gaat om subsidies die voor een eenmalige activiteit worden verleend (bijvoorbeeld een project).
Investeringssubsidies zijn als subsidiesoort niet in de eerdere verordening opgenomen. De term als zodanig behoeft geen nadere toelichting: het gaat om subsidies ten behoeve van het doen van investeringen.
Prestatiesubsidie: bij deze subsidie gaat het wel om de aard en inhoud van de activiteiten. De aanvrager moet een prestatie, in de zin van inspanning leveren. In systeemtermen gesproken gaat het hier om “throughput”. De gemeente wil of kan niet sturen op productie (zoals bij budgetsubsidie). Bijvoorbeeld omdat het belangrijker is dat een voorziening bestaat dan wat zij precies voortbrengt, of omdat het niet mogelijk is de activiteiten van een aanvrager uit te drukken in meetbare producten. Daarbij is het van belang of de aanvrager in staat geacht mag worden de administratie in te richten naar producten (professionaliteit van de aanvrager).
Waarderingssubsidie: de gemeente vindt de activiteiten van de subsidieontvanger waardevol voor de Zaltbommelse samenleving, zonder dat ze wil sturen op aard of inhoud, noch van de gesubsidieerde, noch van de door de gesubsidieerde georganiseerde activiteiten.
Hoofdstuk V
Artikel 1:
Artikel 1:
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Zaltbommel 2006