Lid 1: Vooral instellingen op het gebied van onderwijs en cultuur werken met afwijkende periodes (seizoenen). Het college kan overwegen deze instelling ontheffing te verlenen van de verplichting in dit lid.
Lid 2: De formulering van dit lid is een uitvloeisel van de wet. Alle ontvangers van subsidie zijn verplicht een accountantsverklaring op te laten maken, tenzij “het bestuursorgaan” ( d.i. het college van burgemeester en wethouders) ontheffing verleent. Zie ook de afwijkende bepalingen in hoofdstuk III.
Lid 3: Dit artikel is ruim gesteld om in te kunnen spelen op de bijzonderheden van individuele subsidierelaties.
Lid 4: Subsidieverstrekking is in beginsel niet bedoeld om voorzieningen in het leven te roepen. Toch kan het nodig zijn dat een gesubsidieerde instelling een voorziening creëert. Als die instelling helemaal, of voor een belangrijk deel gefinancierd wordt met subsidie van de gemeente is het redelijk dat het college vooraf toestemming moet verlenen voor een voorziening. Met betrekking tot de term “voor een belangrijk deel” hanteren we als lijn: voor tenminste 51% van de lopende begroting.
Lid 5, 6 en 7: Voor de goede uitvoering van de subsidieverstrekking kan het nodig zijn, dat het college aanvullende verplichtingen oplegt aan de ontvanger. Lid 5 en 6 maken dit onder voorwaarden mogelijk. Lid 7 beschermt de ontvanger: het college kan in beginsel alleen verplichtingen opleggen die te maken hebben met de inzet van de subsidie.
Hoofdstuk V
Artikel 12:
Artikel 12:
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Zaltbommel 2006