Intrekken van de vergunning
Een vergunning kan door het bevoegde gezag worden ingetrokken indien blijkt dat:
de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd dat het belang van het cultureel erfgoed zwaarder dient te wegen;
niet binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, van de vergunning gebruik wordt gemaakt;
De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.