Dit artikel regelt dat het bevoegd gezag een schadevergoeding kan toekennen, ter compensatie van schade ten gevolge van de weigering van een vergunning, of het verbinden van voorwaarden aan een vergunning als een rechtmatige overheidsdaad.
Voor het behandelen van het verzoek tot schadevergoeding geldt dezelfde procedure als voor de planschade als bedoeld in artikel 6.1. t/m 6.7 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening evenals de verordening waarin de procedure van een verzoek om schadevergoeding is geregeld. Het aanwijzen, wijzigen of intrekken van de aanwijzing tot gemeentelijk monument is uit het schadevergoedingsartikel weggelaten. Dit heeft als reden dat eventuele schade pas optreedt als voor bepaalde activiteiten geen of niet de gewenste vergunning is verleend. De Afdeling rechtspraak van de Raad van State heeft uitgemaakt dat ook een verordening zonder een schadevergoedingsregeling rechtsgeldig is (BR 86,604). Dit artikel is dus niet verplicht. Alternatief voor een schadevergoedingsregeling is de civielrechtelijke jurisprudentie over schadevergoeding bij rechtmatige overheidsdaad (Boek 6, artikel 126 Burgerlijk Wetboek).Ten opzichte van de (on)rechtmatigedaad-procedure, heeft een schadevergoedingsregeling de volgende voordelen: Een lage drempel voor de burger en meer mogelijkheden voor overleg (administratieve voorprocedure); Er bestaat een samenhang tussen erfgoed en ruimtelijke ordening. Vandaar dat in het tweede lid voor de behandeling van de aanvragen de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure artikel 6.1. t/m 6.7 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Voor het archeologische deel is de schadevergoedingsregeling voor excessieve opgravingkosten is ingaande 2009 niet meer van toepassing. Het veroorzaker-betaalt- principe, zoals dat in de memorie van toelichting van de Wet op de Archeologische monumentenzorg is verwoord, staat bij de afweging tot toekenning van schadevergoeding voorop en geldt voor alle genoemde onderdelen (a t/m e). De gemeente zal zelf per geval moeten afwegen wat ‘redelijk’ of ‘buitenproportioneel’ is.
Indien bij voorbaat blijkt dat de kosten van de in lid 2 genoemde procedure niet in verhouding staan met de te verwachten schade, kan het bevoegd gezag besluiten om de toepassing van de uitgebreide schadeprocedure achterwege te laten en de schade op andere wijze afwikkelen.