Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

t/m 12 Verbodsbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening Heerlen

1 en 2. De opbouw en inhoud van deze artikelen vertoont gelijkenis met het voormalige artikel 11 van de Monumentenwet 1988 en thans met artikel 2.1 eerste lid sub f van de Wabo. Tot de inwerkingtreding van de Wabo was de vergunningverlening ten aanzien van gemeentelijke erfgoed in handen van het college. Met het inwerking treden van de Wabo vindt de vergunning verlening plaats door het bevoegde gezag. In de meeste gevallen zal dat gewoon het college zijn. Bij samenloop van andere toestemmingen bestaat echter de mogelijkheid dat de beslissingsbevoegdheid bij de hogere overheid komt te liggen. Artikel 9 regelt dat een vergunning nodig is voor het wijzigen van een beschermd gemeentelijk monument. Voor werkzaamheden in een beschermd stadsgezicht, een groen- en landschapsmonument of een archeologische verwachtingszone (artikelen 10 t/m 12) geldt een bijzondere regeling, waarbij is geanticipeerd op de toekomstige verankering van cultuurhistorisch erfgoed in bestemmingsplannen. Zolang nog geen beschermend bestemmingplan is vastgesteld moet voor bovengenoemde werkzaamheden een vergunning worden aangevraagd. Zodra een beschermend bestemmingsplan is vastgesteld, hoeft geen afzonderlijke vergunning meer te worden aangevraagd. Hiermee worden overbodige administratieve lasten voor de burger en de gemeentelijke overheid zoveel mogelijk beperkt. Voor het slopen van onderdelen van of bouwwerken in het beschermde gezicht blijft op grond van tweede lid echter altijd een monumentenvergunning nodig.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel