**1..** De raad stelt bij de uitoefening van de financieringsfunctie nadere
regels in een treasurystatuut voor:
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
kunnen voeren;
het beheersen van de risico’s verbonden aan de
financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
kredietrisico’s;
het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
en het bereiken van een voldoende rendement op de
uitzettingen;
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
posities.
**2..** Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
richtlijnen van het treasurystatuut in acht.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf
Artikel 13.