Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een
(bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en
vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed
aan:
de relatie met de programma’s van de begroting,
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van
de gemeente,
aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
projecten,
de voorraadverwerving en uitgifte van gronden,
de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling
van erfpachtvergoedingen.
In de paragraaf grondbeleid in de begroting en jaarverslag wordt
ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de belangrijkste financiële
ontwikkelingen zoals verlies/winstverwachtingen, de verwerving van
gronden e.d. en de relaties van het grondbeleid met de programma’s.
Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
grondbeleid verslag van:
een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de
begroting;
een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
uitvoert;
een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale
grondexploitatie;
een onderbouwing van de geraamde winstneming;
de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in
relatie tot de risico’s van de grondzaken.
Hoofdstuk 3
Artikel 22.