Onverminderd het bepaalde in artikel 1:2, tweede lid, wordt voor de gedragingen als bedoeld in artikel 2:1 de hoogte van de maatregel als volgt vastgesteld:
vijf procent van de bijstandsnorm/netto grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstandsnorm/netto grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
veertig procent van de bijstandsnorm/netto grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm/grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2:2
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Bbz 2004, IOAW, IOAZ 2011 Samenwerkingsverband Ridderkerk en Albrandswaard