**1..** Indien een belanghebbende in de periode voorafgaande aan de aanvraag om uitkering of tijdens de uitkeringsperiode een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de zelfstandige voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de WWB, artikel 20 IOAW, artikel 20 IOAZ, wordt bij de aanvraag om uitkering een maatregel opgelegd ter hoogte van honderd procent van de bijstandsnorm/grondslag gedurende één maand, als:
de belanghebbende door eigen schuld of toedoen geen arbeid, inkomensvoorziening of werk als zelfstandige heeft behouden;
de belanghebbende door eigen toedoen geen recht (meer) heeft op een voorliggende voorziening voor de uitkering;
de belanghebbende door eigen schuld of toedoen overige (part-time) inkomsten uit arbeid dan wel inkomsten uit een andere voorliggende voorziening voor het levensonderhoud heeft verloren.
**2..** De maatregel als bedoeld in het eerste lid bedraagt vijftig procent indien de belanghebbende tijdens de uitkeringsperiode een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft getoond door eigen schuld of toedoen (part-time) inkomsten uit arbeid dan wel inkomsten uit een andere voorliggende voorziening voor het levensonderhoud te verliezen.
**3..** Indien de belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft getoond door het onverantwoord besteden van vermogen zoals bedoeld in artikel 34 WWB wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van de benadeling:
bij een benadelingsbedrag tot € 1000: tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 1000 tot € 2000: twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2000 tot € 4000: veertig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4000 of meer: honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand.
**4..** Als de gevestigde zelfstandige voorafgaand aan de aanvraag Bbz 2004 tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, wordt als maatregel artikel 21, eerste en tweede lid Bbz 2004 niet toegepast (kapitaal- en rentereductie).
Hoofdstuk 4.
Artikel 4:1
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Bbz 2004, IOAW, IOAZ 2011 Samenwerkingsverband Ridderkerk en Albrandswaard