Naar hoofdinhoud
1.. Van het in artikel 1 bedoelde verbod kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen. Hierbij wordt de procedure zoals aangegeven in artikel 5 gevolgd. 2.. De duur van de ontheffing wordt door burgemeester en wethouders bekendgemaakt bij de bekendmaking van inschrijfprocedure. De duur bedraagt ten minste 1 jaar en ten hoogste 5 jaar. 3.. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften mogen slechts strekken tot bescherming van het belang in verband waarmee de ontheffing is vereist. 4.. In de aanvraag om ontheffing wordt op het aanvraagformulier in ieder geval vermeld: de persoonsgegevens van de aanvrager; het aantal huifkarren; de plaatselijke en kadastrale ligging van het bedrijf door middel van een situatietekening met een schaal van tenminste 1: 1000; 5.. Bij de aanvraag moeten in ieder geval de volgende bescheiden worden ingeleverd: een verklaring omtrent gedrag, afgegeven door de burgemeester van de gemeente Midden-Drenthe; een rijvaardigheidsbewijs, waaruit kan worden afgeleid dat de aanvrager over voldoende menkwaliteiten beschikt; bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van het perceel bestemd voor het bedrijf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel