Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 30, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 30, onder a., onmogelijk maken dan wel
een collectief systeem als bedoeld in artikel 30, onder a., niet aanwezig is.
HOOFDSTUK 6
Artikel 32
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011 Gemeente Heerlen