**1.** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het
voertuig heeft geparkeerd.
**2.** Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de
belasting te willen voldoen;
b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft
plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat
1e als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt
overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze
overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de
huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft
geparkeerd;
2e als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig
heeft geparkeerd.
**3.** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op
de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft
geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het
parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij
dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
**4.** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de
vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2012