Over ieder besluit van de raad kan een referendum worden gehouden, met uitzondering van de volgende besluiten:
een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan;
over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;
over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;
over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;
over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;
in het kader van deze verordening;
waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving;
ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;
welke naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; of
waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden.