Een ambtenaar kan worden aangewezen buiten de voor zijn betrekking vastgestelde werktijden bereikbaar en beschikbaar te zijn voor het verrichten van werkzaamheden, hierna aan te duiden als wachtdienst.
Ten aanzien van de ambtenaren die worden aangewezen, periodiek doch tenminste op gemiddeld 60 kalenderdagen in een periode van 12 maanden, wachtdiensten te verrichten geschiedt de aanwijzing schriftelijk door burgemeester en wethouders.
Ten aanzien van de ambtenaren die volgens rooster worden aangewezen minder dan 60 kalenderdagen in een periode van 12 maanden, wachtdiensten te verrichten geschiedt de aanwijzing bij rooster door het desbetreffende afdelingshoofd van de ambtenaar.