1. Grondslagen voor de berekening van scheepvaartrechten zijn:
a. de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters;
b. de lengte van het vaartuig, uitgedrukt in meters, zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld;
c. de oppervlakte van de ponton van het Productschap voor Vis en Visproducten, vastgesteld op 1.600 vierkante meter;
d. het wateroppervlak van een ligplaats, uitgegeven aan de op de kaden gevestigde bedrijven voor bedrijfsdoeleinden, uitgedrukt in vierkante meters;
e. het verbruik van elektriciteit uitgedrukt in kWh.